Appeligheid

appeloogst

We hebben dit jaar en pracht van een fruitoogst. Alle leden met fruitbomen zullen dat kunnen bevestigen. Het probleem met zo’n overvloedige oogst is dat je een manier zal moeten zien te vinden om de oogst zo lang mogelijk te kunnen bewaren. Tenzij je het appel-en-peer-op-eet-record wil breken en de hele oogst in één keer opeet. Als je dat overleeft kom je beslist in de krant.

Niets verspillen en gezond blijven was zo’n zinnetje op de cover van het beroemde boek van John Seymour (Leven van het land) dat vooral nu van toepassing is. Ineens heb je enorm veel oogst en zit er niets anders op dan een groot deel daarvan uit te delen aan vrienden en kennissen omdat je het simpelweg niet kunt bewaren. Tenzij je daar even wat extra aandacht aan schenkt.

appeltje eten
Door te proeven weet je hoe rijp een appel of een peer is. Oogst ze als ze nog nèt niet rijp zijn. Ze zijn dan al goed te eten.

Om te beginnen moet je weten dat appels een ‘rijpingsgas’ produceren waar alle andere fruit en groente sneller van gaat rijpen en uiteindelijk ook zal gaan rotten. Houd dus altijd je appeloogst ver weg van alle andere oogst.

Pluk de appels en peren op het moment dat ze nog nèt niet echt rijp zijn. Dat voorkomt dat ze alsnog overrijp worden tijdens het bewaren. Nèt niet rijpe vruchten hebben voldoende voedingsstoffen in zich zitten om, los van de boom, af te rijpen.Voor het afrijpen zijn twee zaken belangrijk. (Zon)licht en een temperatuur boven de 4˚ C. Zonder die twee elementen rijpt de appel alleen af op eigen rijpingsgas en dat gaat beduidend trager. De meest aangewezen plek daarvoor is de groenten la in de koelkast. Maar daar bewaar je geen fruitoogst van een complete moestuin in. Vooral dit jaar niet. Een koele kelder is dan een beter alternatief. Maar daar beschikt tegenwoordig niet iedereen meer over. Als je de nèt-niet-rijpe appels opslaat in koelkast of kelder kan het zijn dat als je er, na enige tijd, een appel uit neemt dat deze nog keihard en zuur is. Laat die dan even in een fruitschaal op kamertemperatuur afrijpen.

Na het oogsten moet je de vruchten goed op insecten, schimmels en andere aantastingen onderzoeken, niet wassen en alleen het mooie fruit opslaan. Het meest ideale is elke vrucht te omwikkelen met een stuk papier. Leg ze anders los van elkaar. Controleer het fruit regelmatig en verwijder te rijp en aangetast fruit meteen.
Afhankelijk van het ras kunnen appels wel tot april bewaard blijven. Vruchten die je wilt bewaren moeten puntgaaf zijn; er mag geen enkel butsje, krasje of plekje op zitten. Beschadigd fruit kun je beter meteen verwerken tot appelmoes die je, mits goed ingemaakt, nog jaren kan bewaren. Of bak er een lekker taartje van. Je kunt fruit ook drogen of wecken. Op internet zijn tal van site’s te vinden waarin uitgelegd wordt hoe het werkt.

Een andere oplossing voor te grote fruitoogst is het verwerken van overtollig fruit tot producten als appelsap, appellikeur, appelstroop en appeljam. Je kunt dat bijvoorbeeld maken van je afgekeurde appels. Maar ook van de vele valappels onder de boom. Vaak zijn die nog voor 90% goed maar hebben ze een butsplek of wat andere kleine beschadigingen. Zonde om weg te gooien of om er wespenfeest mee aan te leggen. Voor, bijvoorbeeld, appelstroop heb je veel appels nodig om er een paar potjes aan over te houden. Daar zijn die valappels en de afgekeurde appels ideaal voor. Je snijdt de slechte plekken eruit en de rest kun je dan mooi verwerken tot een product waar je nog vele maanden plezier van hebt.

 

 

Eén gedachte over “Appeligheid”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *